Aan het levenseinde slikken meer dan 70 procent van oudere kankerpatiënten nog altijd overbodige medicijnen

Aan het levenseinde slikken meer dan 70 procent van oudere kankerpatiënten nog altijd overbodige medicijnen

In een stille ziekenhuiskamer in de late namiddag tikt een infuuspomp ritmisch door.

Op het nachtkastje: een glas water, een stapel bijsluiters en een plastic bekertje met zeven verschillende pillen. De vrouw in het bed is 82, uitgezaaide kanker, uitbehandeld. Haar dochter helpt haar rechtop, schuift de pillen één voor één naar haar toe. Cholesterolverlager. Maagbeschermer. Bloeddruktablet. Vitaminepreparaat. Iets tegen botontkalking. En nog wat waar niemand eigenlijk meer precies van weet waarom.

De verpleegkundige aarzelt even bij de deur. Zegt niets. De oncologische behandeling is gestopt, de focus is nu “comfort”. Alleen is er weinig comfortabel aan een mond vol tabletten die je met moeite kunt doorslikken. De dochter vraagt stil: “Moet dit allemaal nog?” De arts komt pas morgenochtend weer. De pillen verdwijnen naar binnen. Zonder dat iemand zich echt afvraagt: wat leveren ze nog op, in deze laatste weken van een leven.

Als het lijf op is, slikken we vaak gewoon door

In Nederland slikken oudere kankerpatiënten gemiddeld acht tot tien verschillende medicijnen per dag. Ook wanneer de ziekte ongeneeslijk is en het levenseinde dichterbij komt, blijft dat rijtje opvallend lang hetzelfde. Huisartsen en specialisten bevestigen het: **meer dan 70 procent van de oudere kankerpatiënten slikt in de laatste levensmaanden nog middelen die nauwelijks iets toevoegen aan hun kwaliteit van leven**. De recepten lopen automatisch door. Herhaalmedicatie rolt uit het systeem, de apotheek levert, de pillendoos wordt gevuld.

We kennen allemaal dat moment waarop je in de keuken lacherig zegt: “O ja, mijn pillen nog,” en achteloos twee, drie tabletten wegspoelt met een slok koffie. Voor veel ouderen met kanker blijft dat ritueel bestaan, zelfs als lopen bijna niet meer gaat, eten moeizaam wordt en slapen gefragmenteerd is. De medicatielijst is dan een soort oud contract met een verleden waarin “voorkómen” nog centraal stond. Cholesterol omlaag voor over tien jaar. Bloeddruk stabiel houden voor later. Maar wat als dat “later” er simpelweg niet meer is?

Artsen noemen het polyfarmacie: het gebruik van veel verschillende medicijnen tegelijk, vaak voorgeschreven door meerdere specialisten. Voor een fitte zeventiger met een druk leven kan dat zinvol zijn. Maar wanneer kanker het lichaam stap voor stap uitput, verandert het speelveld volledig. Dan schuift de doelstelling van leven-verlengen naar klachten-verlichten. Toch wordt die mentale knop in de praktijk schrikbarend laat omgezet. Een cholesterolmedicijn heeft maanden tot jaren nodig om hart- en vaatrisico te beïnvloeden. Een preventieve bloedverdunner richt zich op mogelijke beroertes in de toekomst. *Die toekomst is voor veel palliatieve patiënten geen jarenlange horizon meer, maar een smalle strook aan de rand van de tijd.*

Het gesprek dat bijna niemand op tijd voert

Wie de cirkel wil doorbreken, moet op een pijnlijk concreet moment beginnen: de medicatielijst uitprinten en met pen in de hand gaan zitten. Niet alleen de oncoloog, ook de huisarts en apotheker spelen daarin een sleutelrol. Eén voor één langs elk middel gaan en drie simpele vragen beantwoorden: waar was dit ooit voor bedoeld, werkt dat doel nog in deze levensfase, en hoeveel ongemak levert het slikken nu op? In veel gevallen blijkt dan dat middelen tegen cholesterol, diabetes of botontkalking nauwelijks nog iets bijdragen, terwijl ze wél misselijkheid, duizeligheid of spierpijn kunnen veroorzaken.

Veelgemaakte fout: families wagen zich niet aan dit gesprek, uit angst dat “stoppen met pillen” voelt als opgeven. Terwijl het vaak precies het omgekeerde is. De focus verschuift van langleven naar lééfbaar leven. Soms blijft één klein pilletje tegen benauwdheid of pijn waardevoller dan vijf grote tabletten die alleen voor cijfers in een dossier zijn. Laten we eerlijk zijn: niemand telt in de laatste weken van zijn leven trots het aantal perfecte bloedwaarden op. Waar mensen zich wél aan vasthouden, is nog even kunnen douchen zonder uitputting, nog één keer op het balkon zitten, nog een broodje kaas kunnen proeven.

Een geriater vertelde me hoe ze met een vrouw van 79 aan de keukentafel zat, stapels doosjes op het tafelkleed. De vrouw keek naar de rij pillen en zuchtte: “Ik ben langer met mijn medicatie bezig dan met mijn kleinkinderen.” In dat gesprek werden zeven middelen afgebouwd. Niet roekeloos, maar zorgvuldig, stap voor stap, met duidelijke uitleg en terugkommomenten. Na een maand sliep de vrouw beter, had ze minder last van duizeligheid en at ze weer met smaak. Haar tumor groeide door, maar haar dagen werden lichter.

“Stoppen met overbodige medicijnen is geen loslaten van zorg,” zei de geriater. “Het is zorg scherper afstemmen op wat nog wérkelijk telt.”

  • Vraag vroegtijdig om een medicatiecheck bij huisarts of apotheek, zeker bij een ongeneeslijke diagnose.
  • Ga samen langs de lijst en benoem per medicijn: doel, bijwerkingen, en of dat doel nog relevant is.
  • Durf te vragen: “Wat gebeurt er concreet als we hiermee stoppen?”
  • Let in de weken na het afbouwen op veranderingen in energie, eetlust, stemming en klachten.
  • Herhaal dit gesprek regelmatig, want elke nieuwe fase in het ziekteproces vraagt om nieuwe keuzes.

De naakte waarheid achter het pillenbakje

Er zit een ongemakkelijke laag onder dit alles: veel artsen voelen zich schuldig als ze iets afbouwen dat ze ooit zelf enthousiast voorschreven. Families zijn bang dat een ouder ineens “sneller achteruitgaat” als de helft van de pillen verdwijnt. En patiënten zelf zijn vaak jarenlang doordrongen van de boodschap dat medicatietrouw gelijk staat aan verantwoordelijkheid. Het vergt moed om die draaikolk van jarenlange gewoontes open te trekken. Tegelijk is dit precies het moment waarop relaties tussen arts, patiënt en familie het meest eerlijk kunnen worden. Wie ben je nog, los van alle behandelschema’s en therapieën? Wat wil je met de tijd die rest, in dagen, weken of misschien enkele maanden?

➡️ “Ik dacht dat het decoratie was”, maar het gele lint aan een hondenriem blijkt een belangrijk signaal dat je absoluut moet respecteren

➡️ ‘Een kans van 200 miljoen’: visser haalt elektrischblauwe kreeft met uitzonderlijke kleur uit de Atlantische Oceaan

➡️ “Vals aardige” mensen verraden zichzelf vroeg of laat door dit subtiele maar herkenbare gedrag

➡️ Als je hond je zijn poot geeft, is het niet om te spelen of gedag te zeggen: dierenexperts leggen de echte redenen uit

Er is geen universeel recept, geen ideale standaardlijst voor de laatste levensfase. Wat voor de één ondraaglijk is, kan voor de ander net dat minieme steuntje zijn om nog een verjaardag mee te maken. Toch keert in de verhalen van veel zorgverleners steeds dezelfde les terug: wanneer oudere kankerpatiënten hun medicatie opschonen, wordt het leven vaak iets rustiger, zachter, minder gefragmenteerd door innamemomenten, bijwerkingen en ziekenhuiscontroles. De naakte waarheid is dat sommige pillen vooral dienen om artsen het gevoel te geven dat ze “nog iets doen”, terwijl de patiënt worstelt met een droge mond en een knoop in de maag. Wie die dynamiek durft te benoemen, opent ruimte voor een ander soort zorg: minder gericht op cijfers, meer op gesprekken aan de keukentafel en handen vasthouden aan het bed.

Misschien is dat wel de grootste verschuiving waar deze tijd om vraagt. Niet nóg een wondermiddel, niet nóg een protocol, maar een eerlijke blik op wat we mensen aandoen in naam van controle en preventie, terwijl hun leven aantoonbaar op de terugweg is. Het vraagt om artsen die durven zeggen: “Dit hebben we jaren samen volgehouden, en daar had u toen iets aan. Nu schuiven we mee met uw leven, en dat betekent dat we óók dingen loslaten.” Het vraagt om families die niet alleen vragen: “Is er nog iets te proberen?” maar ook: “Wat mag er verdwijnen, zodat er ruimte komt om gewoon samen te zijn?” Wie dit gesprek delen durft te voeren, helpt onzichtbare ballast van nachtkastjes, uit pillendoosjes en uit hoofden verdwijnen.

Kernpunt Detail Waarde voor de lezer
Overbodige medicatie aan het levenseinde Meer dan 70% van oudere kankerpatiënten slikt in de laatste maanden nog preventieve middelen met weinig nut Herkenning en aanleiding om eigen of familiale medicatie kritisch te bekijken
Gerichte medicatiecheck Samen met huisarts, specialist en apotheek de lijst doornemen op doel, bijwerking en relevantie Concreet handvat om gesprekken te starten en kwaliteit van leven te vergroten
Focus op kwaliteit van leven Verschuiving van levensverlengende doelen naar comfort, minder pillen, meer rust Emotionele en praktische steun bij het maken van moeilijke keuzes aan het levenseinde

FAQ:

  • Vraag 1Mijn ouder heeft ongeneeslijke kanker en slikt meer dan tien pillen per dag. Wanneer is het tijd om te gaan schrappen?
  • Vraag 2Is stoppen met bijvoorbeeld cholesterol- of bloeddrukmedicatie niet gevaarlijk, zelfs in de laatste fase?
  • Vraag 3Wie moet ik aanspreken voor een goede medicatiebeoordeling: oncoloog, huisarts of apotheker?
  • Vraag 4Wat als mijn familielid zelf bang is om met medicijnen te stoppen en liever “niets verandert”?
  • Vraag 5Kan minder medicijnen slikken echt merkbaar verschil maken in de laatste maanden van iemands leven?

Scroll to Top